Bij tijd vraag ik me af of ik niet een gewoon verhaal kan hebben.

Als ik naar de bakker ga, rent er een hond met een dinomuts de straat over, kom ik een zwerfster tegen die op mijn bank wil slapen of krijg ik – zodra het mijn beurt in de bakkerij – een epistel aan SMSsen met een tevredenheidsverklaring die overgaat in een filosofische bevraging of we dan wel allemaal tevreden mogen zijn. Alsof heel de wereld – zodra ik beweeg – een poging wil doen me in de war te brengen.

Vrijdag stond ik bij de open mic in de Bootstraat en ik opende mijn woordset met “Morgen ga ik mijn album uitbrengen, … enfin, dat dacht ik aan het begin van de week.” Ondanks dat ik daar stond met een krop in de keel en vocht tegen alles wat me liefs was, dachten mensen dat het een bindtekst was, die ergens toe zou moeten leiden. Maar nee, de albumrelease was gecancelled.

Na twee maanden in de studio, me een maand over het artwork buigen en zorgen dat orders, zelf-opgelegde deadlines werden behaald, kwam er die opluchting. Alles is binnen voor productie. Nu is het afwachten tot het er is. Dinsdag kreeg ik een telefoontje.

“En wat vind je ervan?”

“Ik heb niets ontvangen?”
“De bezorging is op maandag tien voor elf gebeurd, volgens de tracking.”
“Shit, ik dacht vandaag nog,” zei ik aan de telefoon “ik moet eens naar de tracking kijken, nu begint het echt wel lang te duren …”

Meteen ging ik overal kijken, rondom het huis. Waren we thuis dat moment? Jazeker. Niets te vinden.Bij de buren rondgegaan. Niets. Opnieuw naar Amsterdam gebeld.
“Het zou op de porch achtergelaten zijn.”

Shit. Een paar duizenden euro op in rook als we het niet vinden.
De dag erna keek ik welke pakjesdienst de levering deed, gekeken naar afzetpunten, het verdeelcentrum opgezocht. Heel hulpvaardig.
“We gaan dat natrekken. Dat pakketje is een subcontractor die dat geleverd heeft.”

Natuurlijk hoor je dan niet meteen wat. Als een pakjesbezorger zegt dat hij het ergens geleverd heeft, kunnen ze dat GPS-tracken en kijken welke route hij heeft genomen. Hoelang duurt zoiets in de rompslomp van sint-pakjes. Gelukkig was er geen tijd om te wachten naast de telefoon. Er stond nog vanalles op het programma. Ik ging het artwork ophalen bij de drukker, pikte nog benodigdheden op. Iets in mijn hoofd zat zijn kast op te vreten. Nog een paar keer op en af Amsterdam gebeld. Geen nieuws.

“Als we vrijdag voormiddag niets horen, annuleer ik de release.” Een beslissing die door hart en nieren sneed. We hoorden niets. En nadat ik iedereen die op de release genodigd was, een berichtje stuurde, renden er allemaal scenario’s door mijn hoofd, geen van allen bevatte een hond met een dinomuts. Wat als we het pakje vinden? Wat als het weg was? Moeten we dan opnieuw alles laten maken? Wie betaalt dat? Mensen die een album in pre-order gedaan hadden kregen een teleurstellend berichtje. Tot wanneer moeten we wachten? Een niet nader te bepalen datum. Ik leek op een politicus die estafette deed met voorzichtigheid en tijd.

In de namiddag ga ik nog eens langs de drukker.
“Is er nieuws?”
“Nee.”

Wanneer ik in de vooravond thuis kom, is er nieuws. Geen nieuws wat ik verwacht, maar nieuws zoals van een journaal. “Pakjesbezorger drukt 940 pakjes achterover. Politie vindt in de garage pakjes ter waarde van 90.000 euro.”

Politie-aangifte gedaan. Het hoe en wat zorgvuldig weergegeven. De melding uit Amsterdam, Rondgaan bij de buren, het verdeelcentrum, de subcontractor. Bijgevoegd de afbeeldingen, facturatie, … kan je gestolen goed terug vorderen? Hoe lang duurt dat? Wordt dat door de politie bijgehouden als bewijsmateriaal. Niet veel erna sta ik dus in de Bootstraat op de bühne. Verwilderd. Moe. Het hoofdprogramma gemist door de aangifte.

Het was een onrustige nacht. Ik worstelde met dromen, nachtpakjesbezorgers en het donsdeken. Het donsdeken leefde en wou een knoop rond me leggen. Steeds weer won ik van het donsdeken en verloor ik slaap. De volle maan, weerwolfpakjesverzorgers bewogen monsterachtig met halfverorberde pakjes langs de horizon. Met albumreleases die onbereikbaar waren, nieuwsberichten die onheilsspellend waren en sofa’s die zwerfsters zochten.

‘s Ochtends werd ik wakker gebeld. De politie. Een politie-inspecteur meldde dat er hoogstwaarschijnlijk mijn pakje inderdaad bij die pakjesbezorger zouden kunnen liggen en dat ik maar een afspraak moest maken om langs te komen.

Opluchting. Terecht ofzo, een stukje rust of toch niet helemaal.
Het eerst mogelijke moment voor een afspraak op het politiekantoor is 13 december. Dat is een week wachten? Ik vloekte binnensmonds. Gaan we nog een release pannen? Na de feesten? Hoeveel na de feesten? Shit. Echt shit. Zoveel vragen zonder antwoorden. Ik waste de kamermuren met dreft… Er was de laatste tijd zoveel om tegen de muur op te lopen. En dansen op het plafond is er nog niet bij. Ademhalen. Loslaten.


Er werden berichtjes op en af gestuurd. Dat Doemrol nu al episch is. Gewoon door het verhaal. En of ik niet eens gewoon kon doen. Ik ben in de weer met rollen en wikkels met artwork op.

‘s Zaterdag s’namiddag gaat de deurbel.
Aarzelend staat de buurvrouw daar. Ze heeft een pak gevonden, onder een tuintafel, aan het tuinhuis ergens achteraan. Of dat niet van mij is.

Het was een zenuwtergende rollercoaster. Maar goed nieuws.
Het album is er.

Info en pre-order via con. tact
Namiddag drop ik er in de stad.

Related Posts

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *