Zaterdag 17 oktober en zondag 18 oktober waren het weer de Hasseltse jeneverfeesten

Een postbode, een stoker en een dichter lopen een platenzaak binnen. De stoker schenkt spreuken. De postbode bestelt brieven en woordman bedenkt kronkels. Hij zit gebogen over zijn typemachine en heeft met allerlei mensen van verschillend allooi gesprekjes.

Het klinkt als iets wat een clou behoeft. De postbode verraste bezoekers van onze mooie jeneverstad en -traditie met een gedicht. De stoker liet amusante spreukjes uit zijn fles borrelen en de woordman bedacht dat alles.

Een samenwerking van twee geweldige improspelers; Peter Opdelocht en Tom Willems, en ikzelf. De uitvalsbasis El mono Pintado.

Het leuke aan #nualzerevingers is de uitdaging. De mix van mensen die niet zo snel in een boek duiken, die zich laten verrassen na een babbel. Van poëzie tot versjes. Gekunstel tot werkjes waar ik trots op ben. Ook kon je dit jaar een whatsapp-berichtje sturen en een gedicht bestellen.

Los van ter plekke overstelpt worden, heeft het best wel wat preparatie nodig. Zowel het denkwerk als de spreuken handmatig uitschrijven en hoeveel gedichten kan je over jenever maken? Wanneer houdt het op? Zonder in clichés te vervallen (of net ermee te spelen). Het leuke aan dit uitdenken is, is dat je onverhoeds op dingen stuit.

Hasselt is -censuur- en ook -censuur-, met -censuur- en -censuur-.
Misschien moet je zelf even komen piepen.

Filosofisch of flauw. Guitig of gelaagd. Zolang de spreukjes wat ontlokken en amusant zijn. Met een bite of lekker wegslikkend. Het kan allemaal.

  • Lap, dacht het brood. Ik had jenever kunnen zijn.
  • Gij zijt als jenever, ge brengt me zo van de wijs, telkens als ik u zie, ben ik maar 40° geconcentreerd.
  • De zwaarte van de hommel doet de stengel buigen.
  • It’s now or jenever. (Maar dan wel met consent).
  • Vroeger werd je na een avond stappen in een bruine kroeg, wakker midden op zee, nu drink je een sloot jenever en het enigste wat je krijgt, is gezeur. Tsss. Ge kunt nergens nog van op aan.

Volgend jaar weer?

Een koppel stond voor me. De jonge dame wat aarzelend, de bijpassende man met de nodig-gezonde achterdocht van ‘wat doe je me nou weer aan, schat’.
“Je wou toch…” Fluisterde hij.
“Kunnen we?” Zij, weifelend.
“Als je een gedicht wil…?” Ik maakte een bemoedigend, uitnodigend gebaar. Liefde overwon op argwaan en bedeesd ging de man de juffrouw voor. Ze zetten zich in de zeteltjes. Licht stroomde binnen in de ruimte die ooit de kerkhal was. De brede grote poort was vervangen door een dubbel glas en dit was mijn hoekje vandaag.

“Ik had u vorige week in Herenthout al gezien.”
“Oh wauw,” reageerde ik. “Jullie zijn dan toch niet speciaal voor mij gekomen?”
Het antwoord lag in het midden, de verwendag, de omgeving en ik. De Olense bibliotheek die ooit een kerk was, ligt niet ver van Herenthout. En, dit was inderdaad een toffe bibliotheek. Toch voelde ik me ergens vereerd. Gewoon, wanneer mensen de moeite doen.

Iets ervoor had iemand me gevraagd wat ik dan precies deed. Ik had net opgebouwd en ik wou even door de bibliotheek lopen. Goh, flapte ik eruit, ik voel me als een aapje met een kunstje. Mensen vertellen me wat en ik maak daar een tekstje mee.

Hoe of waar een aap precies uitflapt, begreep ik ook niet. Ik krijg het op een chimpanseebibs na niet gevisualiseerd. Ik mag me er ook niet mee vergelijken. Het is meer dan dat. Mensen aanspreken, ze lezen -ja natuurlijk, in een bibliotheek-, nee, ik bedoel, ze lézen. Kijken hoe ze zich verhouden, proberen aan te voelen waar ze staan, wat hun beweegt en welke dynamiek er is. Wat zeggen ze niet als ze voor me zitten, of net wel, én wie zegt wat.

Het voelt als een therapeutische sessie. Zei iemand. Ik stel dan ook ongegeneerd vragen. De man was leerkracht, de vrouw zat in de zorg. Door het ongedwongen luisteren was de mantel der achterdocht ook al snel uitgetrokken. Een oprechte, niet-oordelende vraag is vaak genoeg als breekijzer, ijsbreker.

We hebben wel eens de hulpstukken verkeerd aan wanneer we luisteren naar elkaar. Als een brace die je keert en meteen goed zit. #oeschoontje

“We worden geleefd.” zei ze. “Vaak voelt het echt als… pfoe, we overleven.” Met dat ze het zei kreeg over-leven een aparte klemtoon. Iets kleins is vaak een aanleiding om wat unieks te maken. Als een luciferhoofdje die langs fosfor strijkt en ineens ontvonkt. Het gedicht typte zichzelf, -met hoe moet ik het uitleggen – waar ‘over-leven’, iets was, … alsof de veelheid van het leven iets is wat boven je hoofd gebeurt. Je ondergaat het overleven. Waar je ondergedompeld werd met overstemmen, over-ditte en overdatte.

Het hoofd van de leerkracht Nederlands overwonnen, het hart van de zorgkundige ingezwachteld. Het resultaat een tekstje dat een ruwe diamant is, waar mensen vaak al de helderheid in zien vooraleer die geslepen is.

Mooi toch.

— — —
De foto is getrokken door Tom. Hij heeft wat met lenzen, lichtinval, satellietsignalen, fotografie, technologische hoogstandjes én mensen.

Voor bibliotheekliefhebbers uit de buurt. De bibliotheek van Olen van het architectenbureau A2o is een aanrader. Een architecturale herbestemming van een kerk waar sereniteit toch een speels karakter krijgt, met een leuke ontmoetingsruimte en multi-inzetbare ruimtes.

<…> Tijd maken als secuur werk, als archeologen die een romeinse nederzetting opgraven, onszelf leren kennen door te weten vanwaar we kwamen. Zorgzaam kijken, luisteren als een Eward, de klokkenmaker die zich tussen tandwielen buigt met tuurwerk, veerkracht en pendule onder de loep genomen.

Voor MoMeNT Festival in Tongeren maakte ik, naast de twee optredens die we hadden, dagelijks een tekstperformance die werd gestreamd. Ook maakte ik met mijn typemachine voor iedereen in het publiek een gepaste tekst. #nualzerevingers #showthemcrooks #doemrol

Tijd maken voor kinderdromen en niets zeggende, maar veelzeggende verhalen, weet ge
En toen had die de bal op zijn skateboard en deed die ne 360°inktvis, squirrel… Het niet begrijpen maar Tijd maken voor blij-makertjes, van recalibreren tot strijdvaardig. <…>

Ik zat een boterham te smeren aan tafel. Tijd kleeft onhandig overal aan, als met een chocomond naar school gaan. als uitgelopen yoghurt in een rugzak, tijd goed besteed plakt. Tijd proberen grijpen is schoon proberen te maken met een schotelvod vol koffiedras. Voor dat ge het weet, zijt ge uitgesmeerd, dus duik in het MoMeNt.
Voel, laat bestuiven, carpe diem, snuif op, leef.
Tijd is als een zakhorloge openen vol verwondering en al het radarwerkje zien bewegen.
Ge hoeft er niet bij stil te staan om u al kijkend te amuseren. Of toch?